Een natte paas en ander voorjaarsjolijt

Dit jaar valt Pasen laat en het is natter dan ooit. Ongekend in Andalusië en jammer voor de gasten die in Viña y Rosales hun vrije dagen doorbrengen.

Voordeel is dat de bloesem in de rozen en irissen op springen staat, maar met deze lage temperaturen nog even op zich laat wachten.IMG_4393

IMG_4387
De tuin is groener dan ooit. Koriander, wortels, aardbeien staan er fris bij, de knoflook veel belovend in het onkruidAlles groeit, bloeit en boeit.

IMG_4395

April – vogelmaand

De eerste ochtend gewekt te worden met de synthesizer-schreeuw van de Spaanse spreeuw betekent dat het voorjaar echt in aantocht is. En de zwaluwen zijn terug, ieder jaar kijk ik reikhalzend naar ze uit, van vader op zoon, moeder op dochter, who knows, ze komen altijd weer terug naar hun oude nest. Dit jaar waren ze later dan anders, pas rond 26 maart. Vol vuur en enthousiasme poetsen ze hun nest van vorig jaar weer op.

IMG_3468

De Bijeneters zijn alweer talrijk aanwezig, terug uit Afrika. Hun gegorgel klinkt mij altijd als muziek in de oren. Kijk even naar het filmpje om ze goed te zien. want tegen de avondhemel, is dat vaak lastig. 

De nachtegalen laten vanaf tien april hun eerste baltszang horen. Eerst nog voorzichtig maar verder in de maand als ze voluit baltsen is dat een moment om stil en in volle aanbidding naar ze te luisteren. Ruiz Señor heten ze in het Spaans, Lawaai-meneer.

En de hop hoor je altijd wel ergens hop hop hop roepen, de wielewaal zingt zijn lied, krekels en kwakende kikkers… Het zijn de geluiden van het voorjaar. De mooiste tijd van het jaar vol belofte en hoop.

Advertenties
Geplaatst in overpeinzingen | Een reactie plaatsen

Enkele gelukkige momenten

Soms plaats ik hier een column die ook in Vruchtbare Aarde is verschenen. Deze keer verschijnt de column hier eerder dan in het voorjaarsnummer, dat eind maart verschijnt. Omdat vandaag mijn vader me 47 jaar geleden verliet, maar toch nog altijd bij me is. Hieronder een ode!

Mijn vader

Na een weekje in Nederland getoefd te hebben, mag ik weer naar huis. Het is half januari en de amandelbomen bloeien nog volop. De geur van amaretto kriebelt in je neus als je aan de bloesem snuift, nu ja met een beetje fantasie. Altijd weer is dat contrast van die ruige donkere stam met zijn hoekige takken waaraan de teerste bloesem ontluikt, wit of licht roze, een wonder der natuur. Dichtbij zijn het zachte wolken. Zet je je blik op ver weg in de heuvels dan zijn die bloeiende boompjes net dotten schimmel.

IMG_4247

Ik verliet Nederland met sneeuw, maar in mijn Spaanse tuin bloeien de bosviooltjes en de paperwhite narcissen, die hier gewoon in de volle grond staan. De goudsbloemen zijn oranje en de vaste planten barsten de grond uit. In Andalusië noemen we een tuin in de winter niet ‘winterklaar’ maar ‘voorjaarsrijp’.

Weer thuis! Het eerste wat ik dan doe, is een rondje door de tuin wandelen. Ik spied naar mijn planten en zie verheugd dat de tuinbonen en de knoflook uit de zwarte aarden spietsen. Het klinkt vast gek als ik zeg dat ik met mijn planten een persoonlijke band heb. Ik heb ze zelf geplant, gezaaid, verplant, uit de natuur gehaald en opgekweekt of ze als een vogelpoepzaadje laten staan op een plek waar dat kon. Ik bewater en bemest de zieltogers en pluk wat salviablaadjes voor de thee. Dat planten een ziel zouden hebben geloof ik stellig. Ik heb er dagelijks mee te maken.

Voorouders

Het laatste boek van Tommy Wieringa Dit is mijn moeder ligt thuis op me te wachten. Ik mag het recenseren voor de recensiesite https://kortverhaal.info en lees alvast de eerste zinnen, die me raken. Wieringa begint als volgt: ‘In de zomer van 2008 wordt in Trouw Louis Tas geïnterviewd. Over zijn overleden ouders, die meer dan twintig jaar dood zijn, zegt de dan achtentachtig jarige psychiater: Weet je wat het is? Ik weet dat het onredelijk is, maar ik betrap mezelf op de gedachte dat het zo langzamerhand te lang begint te duren: ze mogen nu eindelijk wel weer eens terugkomen.’

Woorden, die ik na bijna vijftig jaar zonder vader maar al te goed herken.

Iets verder citeert hij Neeltje Maria Min die een condoleancebrief aan Menno Wigman schrijft na de dood van diens moeder: ‘Vergeet niet te treuren. Als je dat overslaat blijft ze altijd overal met je mee naar toe willen, verschanst ze zich in je kraag, in je jaszak, in je zakdoek, in je leesboek. Komt ze tevoorschijn als je het deksel van de pan tilt of een greep in de bestekla doet.’

Hierna lees ik het interview met Maarten Oversier in VA 3 2018, De tranen van onze voorouders, nog eens terug en denk aan mijn vader die soms op mijn schouder zit en iets in mijn oor fluistert. Energie! Het is de energie die planten uitstralen, en het is de wonderlijke energie die ook in ons 350 jaar oude huis hangt.

Paco, de molenaar van wie wij dit huis kochten, installeerde in 1963 eigenhandig twee maal twee molenstenen, die op elkaar liggend het graan vermaalden. Twee sets stenen dus, een voor de grove maling en een voor het fijne meel. De molen was een ingenieus geoliede machine van houten wielen en canvas banden – alles greep in elkaar – die we helaas nooit hebben zien werken. Eén set molenstenen hebben we behouden in de ruimte die we nog steeds de molino noemen.

molino1

Gracia, de vrouw van Paco, is begin jaren negentig in een van onze gastenkamers overleden. Haar bed hebben we laten staan, we hebben er een nieuwe matras opgelegd, maar haar geest zweeft soms langs mijn hoofd en raakt me aan als de vleugel van een ontsnapte vogel.

Authenticiteit

Wij hebben verbouwd – twee jaar lang iedere centimeter onder handen genomen. Water en elektriciteit waren er wel, maar zo basaal dat we niet begrepen hoe een heel gezin hier in de vorige eeuw leefde. We boorden sleuven in de natuurstenen muren voor de elektrische bedrading. Vloeren werden gelegd, muren gestuukt.

We verbouwden met oog voor authenticiteit. Een oud luik, wat niet meer voldeed, kreeg elders een nieuwe plek. Antieke tegels die niet tot hun recht kwamen op de plek waar ze lagen, werden afgebikt en opnieuw gebruikt. Mijn moeder heeft uren zitten bikken. Niets werd weggegooid, alles werd hergebruikt. Een uitermate creatief proces, waar Raúl en ik samen van genoten.

Mijn vader en moeder waren dol op oude huizen verbouwen en het creatief naar oplossingen zoeken en ik heb die scheppende kracht van mijn vader geërfd. Evenals zijn liefde voor oud, scheef en gek, om nog maar te zwijgen van zijn liefde voor natuur en tuinen. Hoewel ik hem natuurlijk veel te kort heb gekend, was hij vaak bij me tijdens de verbouwing van ons Spaanse huis. Ik herinner me een paar momenten heel letterlijk. Zo wandelde hij met me mee en zei tegen me dat die oude Arabische plavuisjes een prominentere plek moesten krijgen, om hun dans uit te voeren. En hij reikte me het idee aan om een oud luik van zolder in een badkamer te plaatsen. Onze gasten kunnen nu douchen met uitzicht over de vallei.

IMG_4315Het zijn momenten die je bij blijven – dat even in contact zijn met een voorvader. Om met Louis Tas te spreken: ik zou ook wel willen dat mijn vader weer eens terugkomt. Maar de herinnering is al sterk. En volgens de filosofie van Maarten Oversier kan je bij leven toch in contact zijn met dierbare overledenen. In mijn geval heeft dat al enkele gelukkige momenten opgeleverd.

 

Geplaatst in columns | Een reactie plaatsen

Het einde van een decennium!

6 januari, 2019

Wat lijkt het kort geleden dat Annemiek me verraste met een heuse Sara voor de deur. Tien jaar weggeleden. I was not amused, wel om haar lieve actie om helemaal naar Andalusië te komen, niet om de leeftijd die bij Sara hoort.

marsar2

50! Dik over de helft van een mensenleven. Het klinkt zo oud, de gebreken zouden nu snel komen, de grijze haren, rimpels en stijve knieën. Klaag, klaag, maar ik rechtte mijn rug, ik had het er mee te doen. Iedereen overkomt het op een goede dag en bij de 51 lijk je alweer jong.

masar1

Uiteindelijk vielen de gebreken ook erg mee, dankzij mijn stressloze bestaan – de stijve knieën kwamen en gingen, op de grijze haren blijkt kleurshampoo effectief en calendula- en arganolie vreten de rimpels weg – want eerlijk is eerlijk: ik leef het leven van een prinses op een kokosnoot. Met vooral heel veel mooi weer, rust, reinheid en regelmaat, aardige gasten, die mijn gekokkerel waarderen, een tuin die als sportclub fungeert en drie honden die zoveel liefde geven dat je er soms in omkomt. Last but not least, een gezellige metgezel, die het leuk vindt om verzorgd te worden.

Genoeg tijd om te schrijven is voor mij een must en als ik terugkijk, publiceerde ik ook nog het een en ander de afgelopen tien jaar. De zucht van de Moor, De laatste herder, Mijn magnum opus: Voor onze tijd, kroniek van een Amsterdamse familie, Blauwdruk, een kort verhaal in Schaduwreis en tien jaar lang columns in Vruchtbare Aarde. Dit nieuwe jaar zal mijn veertigste column verschijnen.

Tien jaar weggegleden, langsgereden, weggesmolten, opgelost. Geleefd!

marsar3

Veel geleerd en wijsheid vergaard. Het is waar dat, als je aan je derde of vierde decennium begint, je denkt dat je alles al weet, maar eigenlijk nog weinig weet. Wijsheid komt met de jaren. Vroeger wilde ik wel eens terug naar die tijd, de jeugd, de sprankel, de liefde, de rijkdom van een lang leven in het verschiet. Nu ben ik blij waar ik ben. Het is een mooi leven zo!

Ik sta aan het begin van een nieuw decennium. Wat staat me de komende tien jaar te wachten? Stijve knieën, rimpels, echt grijze haren en misschien nog een onvoorzien gebrekje, maar ook meer publicaties! Het huis, de tuin, nieuwe interessante gasten, zon (en zorgen), de honden en Raúl! Ze houden me bij de les.

70? Hoi, ik kom eraan over tien jaar, dus even wachten nog!

marsar4

 

 

Geplaatst in overpeinzingen | Een reactie plaatsen

Schaduwreis

In Vruchtbare Aarde verschijnt iedere drie maanden mijn column over mijn leven in een Spaans bergdorp. Bij deze weer eens een bijdrage op mijn blog, die gaat over Schaduwreis!

Ik was nog geen veertig toen vriend, hond en ik besloten om te verkassen naar een bergdorp in de Sierra Nevada. Een dorp met een traditionele, agrarische bevolking. De mannen met strohoed en gereedschap over de schouder liepen achter de ezels naar het land om te ploegen, te zaaien, water te geven en te oogsten.
De vrouwen, in geruite huisschorten, veegden de straat voor hun voordeur; ze deden boodschappen, verzorgden de planten aan de gevel en kookten het middageten. In het voorjaar plukten ze wilde venkel en andere planten uit de natuur voor de puchero, de dikke soep op basis van kikkererwten of linzen, aardappelen en heel veel spekvet.
In de zomer droogden ze tomaten en vijgen op de daken; in de nazomer regen ze de rode puntpaprika’s aan draden en hingen die aan de gevels te drogen. Ze raapten de amandelen die de mannen uit de bomen hadden geslagen en hielpen in de winter met de olijvenoogst.

Vlak voor de schemering wandelden ze luid kwetterend in groepjes langs de weg naar het volgende dorp voor hun sociale vertier. Ze waren de zestig al ruim gepasseerd, maar wat waren  ze romantisch toen.

Leef-tijd

We zijn twintig jaar verder. Wij behoren nu zelf tot de generatie van de zestigers, terwijl de dorpelingen van toen stramme tachtigers zijn, met couperose wangen en ouderdomsringen in de ogen – als ze ons al niet ontvallen zijn aan Alzheimer, kanker of ouderdom.
Hun leeftijd, de mijne, onze geleefde tijd, de oudjes om ons heen – het maakt me bewust van leef-tijd. Hoe zullen wij oud worden hier op onze berg? Moeten we niet eens verkassen? Maar waarheen? Is dit niet de beste plek op aarde? Stil ja, en eenzaam soms – maar die weldadige rust, het eenvoudige leven en de overdosis aan natuur zijn ook verslavend. Ze inspireren mij om te schrijven en Raúl is weer aan het schilderen.

Mari Gold

Steeds vaker ontstaan mijn verhalen uit herinneringen en gebeurtenissen uit mijn eigen leven. Nou zijn die niet voor iedereen even interessant, dus ik verzin er graag het nodige bij. Zo ontstond jaren geleden een verhaal waarin een licht dementerende, oudere dame een bed & breakfast runt in een bergdorp in Andalusië. Ik maakte van haar een Engelse en noemde haar Mari Gold, naar de vele goudsbloemen in mijn tuin.
Haar verhaal heet Goudsbloemen in de vallei en vormt het derde deel van de trilogie In het land van het lopend licht – een familiegeschiedenis die nog in mijn ‘te-publiceren-la’ ligt.
Mari heeft een rijk leven achter zich en leeft op haar herinneringen. Veel te jong kreeg ze een kind dat ze afstond aan een kinderloos echtpaar zonder hun naam en adres te kennen.
Ze vond haar bestemming in Spanje en voelde zich opgenomen in het dorp waarin ze neerstreek. Ze flirtte met Spaanse mannen, werkte in haar tuin en versierde de gerechten die ze voor haar gasten bereidde met de bloemblaadjes van de goudsbloemen.
Haar ‘kinderloosheid’ echter knaagde aan haar geweten. Ergens op de wereld liep haar zoon rond. In mijn trilogie wordt Mari’s verhaal afgewisseld met het verhaal van de zoon die ze nooit gekend heeft. Hoe groeide hij op? Zoekt hij zijn biologische moeder? Als lezer leer je veel over die twee mensenlevens. Helaas, moeder en zoon zelf weten niets van elkaar. Tot op een dag…

Afslag

Een tijd geleden deed de mogelijkheid zich voor om al iets van Mari’s verhaal te publiceren. Voor de door dertien auteurs geschreven koepelroman Schaduwreis heb ik een hoofdstuk uit Goudsbloemen in de vallei omgewerkt tot een kort verhaal – een van de dertien verhalen in Schaduwreis.
Mari drijft in dit korte verhaal, net als ik, een B&B in een bergdorp in de Sierra Nevada in Andalusië. We hebben nog veel meer gemeen, maar dat vertel ik niet, want dan geef ik te veel weg….
Rode draad in Schaduwreis is de zoektocht van de hoofdpersoon, Nadine, naar haar vader die ze nooit heeft gekend. Na het overlijden van haar moeder vond ze een doos aan haarzelf gerichte ansichtkaarten, verstuurd uit dertien verschillende landen. Afzender, steevast: ‘Chris, je vader’. Aan de hand van die kaarten reist ze door Europa, in de hoop meer over hem te weten te komen.
Een van die kaarten komt uit Spanje – uit het dorp waarin ik woon. Voor Nadine een reden om Mari op te zoeken in haar Spaanse woonplaats, zij zou haar vader gekend hebben. Inderdaad, Mari kent een zekere Chris, ze heeft zelfs foto’s van hem.
Door Nadine’s gevraag naar haar vader wordt Mari geconfronteerd met haar eigen herinneringen aan haar vader, en aan het kind dat ze kort na de geboorte heeft afgestaan. Zo maakt Nadine met haar komst iets los in Mari’s leven. Mari beseft dat zijzelf nooit echt naar haar zoon heeft gezocht – in ieder geval niet op de manier waarop Nadine naar haar vader zoekt.
In gedachten blikt Mari terug op haar leven, dat ze niet meer over kan doen. Ooit stond ze op een kruispunt in haar leven en nam ze de verkeerde afslag. Of toch niet?

Dat is natuurlijk altijd de vraag. Ooit stond ik halverwege mijn leven ook op dat kruispunt en nam de afslag naar een leven in een Spaans bergdorp. Nu denk ik wel eens: hoe zou het zijn als je de kans krijgt om je leven over te doen? Zou je het anders doen – andere keuzes maken? Waarschijnlijk niet, je leeft immers het leven wat je is toebedeeld en daar horen soms ook de verkeerde keuzes bij.

Meer weten?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat kan via mijn website: schrijfmaks.raya.org/boeken.schaduwreis.html

of via: Uitgeverij Bagage: uitgeverijbagage.nl/onze-boeken/schaduwreis/

ISBN: 978-94-91880-14-8 | € 17,95 || B&B – Viña y Rosales (Andalusië): alpujarras.alojamiento.raya.org | mail: VyR@raya.org || Wil je een verblijf in Mari’s B&B – Viña y Rosales- winnen? Houd dan de website van Uitgeverij Bagage in de gaten.

Geplaatst in columns | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Door welke bril kijk jij, ik, hij of zij? Wij…

Dat vind ik het allermoeilijkste van verhalen schrijven: De keuze van het juiste perspectief. Zoveel mogelijkheden zijn er niet eens. Drie eigenlijk maar: te weten, de eerste persoon enkelvoud, de ik dus; het personale perspectief -de derde persoon enkelvoud, de stem vanuit hij of zij… En de stem van God, de alwetende verteller die in ieders hoofd kan kijken. En nog een paar, die ik nu voor het gemak weglaat.

Ik of hij/zij, daar gaat het om. Als de protagonist, de ik-figuur, een groot verhaal moet dragen, vind ik dat ze een boeiend mens moet zijn met originele denkbeelden. Ze denkt en becommentarieert. Ze heeft een visie op de personages om haar heen, maar wat als ze zo met zichzelf behept is dat die personages er maar wat bleekjes vanaf komen. Dan werkt het niet.

Daar kwam ik achter na de punt achter het honderdduizendste woord van mijn roman Gestolen Tijd.

Bah, klaar mee en ik schoof het hele manuscript in de digitale la.

Na een jaar begon Lidewijde in mijn oor te fluisteren: ‘maar ik wil wel dat je dat verhaal vertelt.’
‘Ja maar hoe dan?’ fluisterde ik terug.
Zelf wil ik ook dat dat verhaal er ooit komt. Onder andere omdat het me nog steeds een goed idee lijkt. Een moord in negentiende-eeuws Amsterdam, met op de achtergrond het Paleis voor Volksvlijt en de beroemde winkelgalerij. En nog een heleboel meer, maar dat verklap ik lekker niet.

pv

Begin dit jaar begon ik dan toch opnieuw. Niet helemaal alleen, maar met een fantastische meelezer die mijn neus in de goede richting houdt en roept Focus! en Doseer!

Ik begon vanuit vier personale perspectieven te schrijven in afwisselende hoofdstukken. Slechts een personage is de protagonist, Lidewijde! Maar my-o-my, haar stem dreigt dit keer onder te sneeuwen door haar broer, haar vriendin en haar toekomstige lover… Wat moet ik nu weer doen om dit te voorkomen. Ik kom er achter dat ik weer een foute perspectiefkeuze heb gemaakt. dus…

Handdoek in de ring?

Een uurtje in de tuin werken brengt mij altijd een oplossing. Tenminste dat zal nog moeten blijken. Ik ben er nu helemaal vol van, zo zeer dat ik weer opnieuw ga beginnen… ik ik ik, hij, zij, jij, wij. Wat het wordt? Wacht maar af tot het boek er is…

Schrijven is lijden en leiden!

Geplaatst in over schrijven | Een reactie plaatsen

Recensies schrijven

Sinds ik voor de website het Korte Verhaal verhalenbundels recenseer, lees ik andere boeken dan doorgaans. En ik lees anders. In een roman, afhankelijk van het aantal pagina’s en het spanningsniveau, kan ik soms weken wonen. Een kort verhaal, lees ik in een dag of twee uit, dat zijn korte reisjes naar een wereld. Uitstapjes die minstens zoveel impact kunnen hebben.

Recenserend lezen, geeft lezen een andere dimensie. Natuurlijk ben ik als schrijver beroeps gedeformeerd. Ik lees altijd met een radartje meedraaiend in mijn achterhoofd, benieuwd hoe de collega’s het aanpakken. Vooral het show & tell principe heeft mijn interesse. Hoe en wat laten anderen zien aan emoties, zo dat de lezer de boodschap ook echt oppikt en wat wordt er letterlijk in concreto verteld.

 Een kort verhaal schrijven

In een kort verhaal heb je veel minder woorden tot je beschikking om de plot op te bouwen. Je moet jezelf inhouden en vaak naderhand nog flink schrappen. Je kunt niet zoals in een roman uitweiden met tal van uitstapjes naar ondersteunende situaties, de zogenaamde subplots. Qua verhaalopbouw, zie ik het schrijven van een kort verhaal wel eens als het beklimmen van een berg. Je begint rustig aan de klim naar de top, het hoogtepunt van het verhaal waar alle lijntjes samenkomen is op ongeveer tweederde. Je gaat draadjes afhechten en aansturen op de climax. Je begint zeg maar aan de afdaling. Voor de lezer is dit het punt waar hij niet meer kan stoppen met lezen. Voor hij het weet staat hij in het dal. Het verhaal is uit en als het goed is, begint dan het herkauwen.

Een kort verhaal lezen

Bij het recenseren houd ik een paar criteria aan. Natuurlijk is de schrijfstijl belangrijk, de keuze van de woorden, is de taal bloemrijk of uitgebeend. Bij vertaalde verhalen, speelt ook de kwaliteit van de vertaling een rol. Wat voor emoties roept het verhaal op. Raken de woorden me en hoe snel word ik meegevoerd in de flow van het verhaal. Soms kan ik echt met ingehouden adem lezen.

Natuurlijk let ik op thematiek, onderwerp en karakterontwikkeling van de personages. Na het lezen komt het bespreken en dat vraagt best wat gepeins.  Tijdens het lezen maak ik aantekeningen en noteer mooie zinnen. Maar hoe benoem je je punten van kritiek?  Welke mindere dingen in het verhaal zet ik tegenover de goede. Ook als ik niets heb met een verhaal probeer ik het aardig te formuleren. Een recensent heeft een persoonlijke mening, die anderen wellicht niet delen. Een recensie moet mijns inziens objectief zijn.

Soms lijkt het schrijven van een recensie op het componeren van een kort verhaaltje, de opbouw, de toon en woordkeus moeten goed zijn. Bovendien moet het interessant zijn voor de lezer van de recensie. Hij moet het boek een beetje leren kennen door de recensie.

Geplaatst in over schrijven | Een reactie plaatsen

Wie is Mari?

Wat je schrijft ben jezelf!

Dat geldt voor veel van mijn verhalen waarin vaders dood gaan, vrouwen relaties hebben met oudere mannen of getrouwde mannen, waarin vaak een B&B in Spanje voorkomt en de protagonisten kinderloos zijn. Ziedaar, mijn leven in een notendop! Daarnaast vinden mijn gedachten en herinneringen aan gebeurtenissen een eigen weg  in mijn verhalen.

Schaduwreis is de koepelroman, die 21 april aanstaande wordt gepresenteerd in Eindhoven. De vlotte, jonge Nadine volgt een spoor van ansichtkaarten die haar vader haar in haar jeugd stuurde vanuit dertien landen. Alleen vindt Nadine die ansichten pas vele jaren later, na de dood van haar moeder.  Ze  besluit naar elk land van herkomst van de kaarten te reizen, ze logeert bij mensen en gezinnen, die haar vader mogelijk gekend zouden hebben. Met haar komst maakt ze, zonder dat ze dat zelf weet, iets los in de levens van de mensen bij wie ze verblijft. Het bijzondere is dat Nadine in alle verhalen slechts een passante is. Elk verhaal staat op zichzelf terwijl de verhaallijn van Nadine zich op de achtergrond ontwikkelt.

Mijn verhaal speelt zich af in Andalusië waar ik al achttien jaar woon. Nadine mag een paar dagen voor Mari zorgen. Mari dreef vroeger een Bed & Breakfast, nu raakt ze een beetje van het padje af. De komst van Nadine roept een stroom herinneringen bij haar op. Ja, haar eigen vader, maar ook de vader van Nadine

 Wie is Mari?

 Mari Gold, oftewel Goudsbloem in het Nederlands, is een van de personages in mijn roman In het land van het lopend licht, een trilogie die het licht nog moet zien.

Toen ik Mari concipieerde, las ik Deceived with kindness, de autobiografie van Angelica Garnett. Angelica was de dochter van Vanessa Bell, zuster van Virginia Woolf. In dit boek ventileert Angelica een niets ontziende woede op haar moeder die op haar 18e verjaardag vertelt dat haar vader, Clive Bell, niet haar biologische vader is en haar broers, Quentin en Julian Bell, haar halfbroers zijn.  De minnaar van haar moeder, Duncan Brown, en zeer goede vriend van de familie, blijkt Angelica’s biologische vader te zijn.

Geschokt probeerde ik me in te leven wat het voor een kind betekent, als je hoort dat de vriend van de familie, je vader blijkt te zijn, en als je moet accepteren dat je vermeende vader een vriend moet worden. Dit gebeurt in vrije kunstenaarsmilieus. Wat het met de gevoelens van slachtoffers doet, wordt vaak over het hoofd gezien.

Bij Mari trok ik het drama nog wat verder door. Ze is net achttien geworden en heeft een affaire met de minnaar van haar moeder. Haar moeder vindt de tijd rijp om te vertellen wie haar biologische vader is, net een paar minuten voordat Mari aan haar moeder wil vertellen dat ze in verwachting is. Mari realiseert zich dat de vader van haar ongeboren kind, haar eigen vader is. Ze vlucht en besluit het kind te krijgen, om het vervolgens meteen weg te geven. Deze daad is het grote geheim, waar ze de rest van haar leven mee worstelt.

Mari en ik hebben gemeen dat we allebei een B&B in een bergdorp in de Sierra Nevada in Andalusië drijven. Nog wel wat meer ook, maar dat vertel ik niet, want dan geef ik te veel weg. Wat ik nog wel even wil verklappen is dit: In Mari’s deel, Goudsbloemen in de vallei, in mijn trilogie In het land van het lopend licht, gaat de verloren zoon op zoek naar zijn moeder. In Schaduwreis wordt dat gespiegeld met Nadine, die haar vader zoekt.

Schaduwreis wordt op 21 april in Eindhoven gepresenteerd.

Geplaatst in over schrijven | Een reactie plaatsen